201505.21
0

Nieuwe ontslagregeling

Met de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) op 1 juli 2015 was het wachten nog op de al eerder aangekondigde lagere regelgeving. Daarin moest een aantal onderwerpen nog in meer detail worden geregeld zoals de procedures en wanneer de transitievergoeding wel en niet betaald hoeft te worden. Deze lagere regelgeving is nu gepubliceerd en in dit artikel komt de nieuwe ontslagregeling aan bod.

De Ontslagregeling vervangt per 1 juli 2015 het Ontslagbesluit. Het Ontslagbesluit blijft nog wel van toepassing op verzoeken om toestemming om op te zeggen die zijn ingediend voor 1 juli 2015 en op een opzegging die daaruit voortvloeit. De Ontslagregeling geeft regels over:

  • de redelijke grond voor ontslag. De regeling maakt expliciet dat geen ontslag verleend kan worden met het oog op het vervangen van werknemers door flexibele of goedkopere arbeidskrachten (zoals bij uitbesteding);
     
  • herplaatsing. Er wordt een redelijke termijn bepaald voor herplaatsing; deze is in principe gelijk aan de opzegermijn. Een functie is passend als deze aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer;
     
  • het afspiegelingsbeginsel en de peildatum (afspiegelingsbeginsel);
     
  • over de toepassing van de wederindiensttredingsvoorwaarde;
     
  • de gelijkstelling bij ontslag van payrollwerknemers met gewone werknemers bij een opdrachtgever (dit gold al vanaf 1 januari 2015);
     
  • dat de transitievergoeding door werkgevers met minder dan 25 werknemers bij een ontslag wegens een slechte financiële situatie niet verschuldigd. De werkgever moet dan drie jaar geen winst hebben gedraaid, het eigen vermogen moet negatief zijn en de waarde van de vlottende activa moet kleiner zijn dan de schulden met een resterende looptijd van ten hoogste een jaar. Dit is een overgangsregeling die geldt tot 1 januari 2020;
     
  • De werkgebieden voor de toepassing van de Wet Melding Collectief Ontslag worden vastgesteld: Friesland, Groningen en Drenthe; Overijssel en Gelderland; Noord-Brabant en Limburg; Zuid-Holland en Zeeland; Flevoland en Utrecht; Noord-Holland.